Lees het etiket

Lees het etiket

Een evenwichtige levensstijl is belangrijk, maar is in de praktijk niet altijd even gemakkelijk na te leven. Evenwichtig eten begint bij ‘weten wat je eet’. En dit doe je door het etiket aandachtig te lezen.

 

 



GDA-label: de belangrijkste informatie in één oogopslag

Wat is GDA?
Een woordje uitleg bij de voedingswaarden

Raak je niet wijs uit al deze cijfers en begrippen? Diëtiste Tanja Callewaert geeft je hieronder enkele tips bij het ontcijferen van het etiket:


GDA-label: de belangrijkste informatie in één oogopslag

Om de consument te helpen bij het ontleden van de etiketten, ontwikkelde Mars samen met andere voedingsbedrijven het GDA-label.

Wat is GDA?

GDA staat voor het Engelse ‘Guideline Daily Amounts’. In het Nederlands is dit vertaald in ‘Dagelijkse Voedingsrichtlijn’, ook wel eens afgekort als DVR.

De GDA’s geven informatie over de grootte van de portie, de energiewaarde (aantal calorieën) en de hoeveelheid vetten, suikers, vezels, enz. Ze vermelden zowel het aantal gram als het percentage in verhouding tot de Dagelijkse Voedingsrichtlijn. Zo kan je opmaken hoeveel het product ’bijdraagt’ tot wat je op een dag zou mogen eten of drinken.

Op de voorkant van de verpakking vind je een klein icoon met de grootte en het caloriegehalte van een portie, in verhouding tot de Dagelijkse Voedingsrichtlijn.


Op de achterkant van de verpakking vind je de verschillende voedingswaarden van het product, per portie en per 100g.

Met dit informatiesysteem kun je in één oogopslag je dagelijkse inname van een bepaald voedingsmiddel visualiseren.
Je vindt het GDA-icoon op alle verpakkingen van Mars Chocoladeproducten.

De Dagelijkse Voedingsrichtlijnen (GDA) zijn gebaseerd op officiële Europese aanbevelingen en gaan uit van 2.000 kcal per dag, of de gemiddelde dagelijkse energiebehoefte van een volwassen vrouw. Maar vergeet niet dat de individuele energiebehoefte afhangt van leeftijd, geslacht, gewicht en lichaamsbeweging. Mannen hebben met 2.500 kcal gemiddeld een grotere energiebehoefte, kinderen een kleinere. Mensen die veel bewegen hebben meer behoefte aan energie dan inactieve mensen.

Bovendien kan een evenwichtige voeding niet uitgedrukt worden in één voedingsmiddel. Het nutritioneel evenwicht moet bereikt worden in een tijdsbestek van één volledige dag of zelfs een week. Gevarieerd eten helpt ons dit evenwicht te bereiken.

Voor specifiek advies raden wij aan om je te informeren bij een voedingskundige en/of diëtist.

Een woordje uitleg bij de voedingswaarden

Energie
Koolhydraten (suikers)
Suiker 
Eiwit
Lipiden (vetten)
Verzadigde vetzuren
Onverzadigde vetzuren
Transvetzuren
Vezels
Natrium
Antioxidanten

 

Energie

Energiewaarden worden uitgedrukt in calorieën (cal). Eén kilocalorie stemt overeen met 1.000 calorieën of 1 kcal.
De kilocalorie (kcal) staat voor de energie die het lichaam nodig heeft om te leven. Zowel de opname van energie via voeding en drank als het energieverbruik worden in kilocalorieën (kcal) aangegeven.
Gemiddeld hebben vrouwen 2.000 kcal per dag nodig, voor mannen is dat 2.500 kcal.

Koolhydraten (suikers)

Koolhydraten zijn in de eerste plaats leveranciers van energie. Ze leveren meer dan 50% van de energie. Men onderscheidt: mono-, di- en polysacharide, die men ook wel enkelvoudige, tweevoudige en meervoudige suikers noemt.

Net als glucose (druivensuiker) en sacharose (kleinhandelssuiker) smaken mono- en disachariden zoet. Ze worden snel door het lichaam opgenomen en leveren dus vlug energie. Polysachariden (zoals zetmeel) smaken neutraal en worden langzamer door het lichaam opgenomen.

Koolhydraten worden als glycogeen in de spieren opgeslagen en wanneer nodig in energie omgezet. Als het lichaam meer koolhydraten krijgt dan het kan verbruiken of opslaan, worden deze in vet omgezet en in de vetcellen opgeslagen.

Daarom ligt de GDA-richtwaarde rond 270g koolhydraten per dag (bij gemiddelde calorieopname van 2.000 kcal). Dit komt overeen met bijvoorbeeld 300g groenten, 4 aardappelen, 6 sneden brood, 3 stukken fruit, 4 klontjes suiker en 1 chocoladereep.

Suiker

Suiker behoort tot de groep van de koolhydraten. Omdat het lichaam via suiker, zoals de huishoudelijke suiker (sacharose), zeer snel en heel veel energie kan opnemen, wordt best niet meer dan 90g suiker per dag opgenomen (bij een gemiddelde calorieopname van 2.000 kcal). Als we uit de vorige groep van koolhydraten de suikers halen dan betekent dit 3 stukken fruit, 4 klontjes suiker en 1 chocoladereep.

Eiwit

Eiwit, ook wel proteïne genoemd, is de belangrijkste bouwstof van cellen en zorgt voor vernieuwing van spieren, huid, enz. Men vindt eiwit in vlees, vis, eieren, melkproducten, granen, enz.

De GDA (Dagelijkse Voedingsrichtlijn) voor volwassenen beveelt 50g eiwit per dag aan (bij een gemiddelde calorieopname van 2.000 kcal). 50g eiwit komt overeen met ongeveer een kipfilet van 100g, 1 snede hesp, ½ snede kaas en één potje yoghurt.

Lipiden (vetten)

Vetten, die uit vetzuren bestaan, geven het lichaam energie, maar ook essentiële vetzuren die we niet zelf kunnen aanmaken. Vet bevat ook een aantal vitamines zoals A, D en E, die het lichaam anders niet kan opnemen.

De GDA (Dagelijkse Voedingsrichtlijn) voor vet bedraagt 70g per dag (bij een gemiddelde calorieopname van 2.000 kcal). Naast de vetopname uit vleessoorten en melkproducten komt deze hoeveelheid overeen met 1 eetlepel bereidingsvet en één mespunt smeervet per snede brood, per persoon.

Verzadigde vetzuren

Verzadigde vetzuren zitten vooral in vetten van dierlijke oorsprong zoals boter, melkproducten en vlees. Ze behoren niet tot de levensbelangrijke vetzuren en kunnen de cholesterolspiegel verhogen. Er is echter een uitzondering, namelijk stearinezuur. Dit vindt men vooral in cacaoboter en doet het cholesterolgehalte niet stijgen. Verzadigde vetzuren leveren net als alle vetzuren energie en zijn dragers van vitamines. Dit soort vetzuren kun je vooral terugvinden in dierlijke producten.

Onverzadigde vetzuren

Onverzadigde vetzuren kun je vooral terugvinden in plantaardige producten zoals olie maar ook en vooral in vis. Ze behoren wel tot de levensbelangrijke vetzuren en kunnen de cholesterolspiegel verlagen.

Transvetzuren

Transvetzuren ontstaan in verbinding met waterstof, een proces dat gebruikt wordt om olie te stollen. De consumptie van deze vetten moet beperkt worden, want ze kunnen mogelijk de kans op hart- en vaatziekten verhogen.

Vezels

Vezels zijn belangrijke koolhydraten voor ons lichaam en dragen bij tot de goede werking van de darmen. Omdat ze bijna onverteerbaar zijn, leveren ze geen calorieën. Ze hebben een spijsverteringsbevorderende, verzadigende werking en gaan een verbinding aan met bijvoorbeeld overtollig cholesterol. Volkorenbrood, peulvruchten, groenten en fruit bevatten veel vezels.

De GDA (Dagelijkse Voedingsrichtlijn) voor vezels is minstens 25g per dag (bij een gemiddelde calorieopname van 2.000 kcal).

Natrium

Natrium is een mineraal dat we eten in de vorm van keukenzout (NaCl). Natrium speelt een belangrijke rol in de waterhuishouding, het transport van voedingsstoffen en het zenuwstelsel van ons lichaam. Omdat natrium de bloeddruk kan verhogen bij mensen die daar aanleg toe hebben, is het een risicofactor voor hart- en vaatziekten.
Volgens de GDA (Dagelijkse Voedingsrichtlijn) neem je dagelijks best niet meer dan 2,4g natrium of 6g keukenzout op (bij een gemiddelde calorieopname van 2.000 kcal).

Antioxidanten

Antioxidanten groeperen verschillende verbindingen, waarvan sommige voedingsstoffen zijn (vitamines, mineralen) en andere niet. Ze bestrijden allemaal de nefaste gevolgen van oxidatie. Er wordt aangenomen dat oxidatie een rol speelt bij veroudering en verschillende pathologieën.

Terug